
Niets leuker om de lente in huis te halen met bloeiende takken, maar wat een troep en treurigheid als ze zijn uitgebloeid. Vooral de Hazelaar met gele ‘snotjes’ maakt er altijd zo’n bende van! Van deze gebreide blaadjes heb je weken-, zo niet maandenlang plezier. Gebruik voor het breien (restjes) middeldik garen met kleurverloop – bijvoorbeeld sokkenwol. Zo krijg je zonder veel moeite blaadjes met grappige streepjes en motiefjes. Pak een bolletje, begin en laat je verrassen door het uiteindelijke resultaat per blaadje. Voor je het weet kun je niet meer stoppen en dat komt in dit geval goed uit, want je moet er een hoop maken! Zolang de lente buiten nog op zich laat wachten, kun je ook gerust verder breien voor de bomen en struiken in de tuin…
Nodig:
Middeldik garen met kleurverloop
breinaalden nr. 3,5
ijzerdraad
Klein blaadje:
start: Zet 1 lus op de naald.
1e nld.: Meerder aan weerszijden van de lus, 1 steek: brei uit de lus 1 steek, zet terug op de linkernaald, brei de nieuwe steek recht. Brei uit de opzetlus 1 steek recht, haal niet af maar brei een extra steek door via de achterkant van de laatste lus op de linkernaald in te steken. (= 3 steken)
2e nld.: Brei averecht.
3e nld.: Brei recht en meerder aan weerszijden van de middelste steek, 1 steek door het verbindingslusje verdraaid op de linkernaald te nemen en deze recht te breien (= 5 steken)
4e nld.: Brei averecht.
5e nld.: Als de 3e naald (= 7 steken) 
6e nld.: Brei averecht.
7e nld.: Als de 3e naald (= 9 steken)
8e nld.: Brei averecht.
9e nld.: Als de 3e naald (= 11 steken)
10e nld.: Brei averecht.
11e t/m 14 nld.: Brei tricotsteek.
15e nld.: Brei 3 steken recht, haal de volgende steek recht af, brei de volgende steek recht en haal de afgehaalde steek hier overheen (= enkele overhaling), 1 steek recht, 2 steken recht samenbreien, brei de naald recht uit (= 9 steken)
16e nld.: Brei averecht.
17e nld.: Brei 2 steken recht, 1 enkele overhaling, 1 steek recht, 2 steken recht samenbreien, brei de naald recht uit (= 7 steken)
18e nld.: Brei averecht.
19e nld.: Brei 1 steek recht, 1 enkele overhaling, 1 steek recht, 2 steken recht samenbreien, 1 steek recht (= 5 steken)
20e nld.: Brei averecht.
21e nld.: Enkele overhaling, 1 steek recht, 2 steken recht samenbreien (= 3 steken)
22e nld.: Brei 3 steken averecht samen. Knip de draad op 10 cm. af en haal door de lus.
Groot blaadje:
Brei deze op dezelfde manier als het kleine blaadje, maar meerder nu tot 13 steken. Brei na de meerderingen 6 naalden tricotsteek. Minder vervolgens weer zoals bij het kleine blaadje.
Afwerking:
Hecht de draadjes aan de achterkant via de zijkant van de blaadjes af. Knip per blaadje een stukje ijzerdraad van ca. 15 cm. af. ‘Weef’ dit ijzerdraad over 2,5 cm door de steken aan de achterkant van een blaadje. Begin hierbij aan de onderkant. Duw het ijzerdraadje een stukje door, buig dubbel en draai het uiteinde om het ‘steeltje’. Bevestig de blaadjes met het ijzerdraadje op de takken. Buig de blaadjes eventueel wat bij.